Dolf van der Linden, een maestro van eenzame klasse

“Meneer Van der Linden, zoudt U een ongeveer veertig man sterk amusementsorkest voor ons kunnen samenstellen. . . ?”
Wij schrijven augustus 1945 en het was bepaald geen gemakkelijke opgaaf, waarvoor de directie van Herrijzend Nederland – de radio in die dagen – Dolf van der Linden had geplaatst. Maar voor Dolf betekende het dat een reeds lang gekoesterde wens nu plots in vervulling ging. Een groot orkest was altijd zijn ideaal geweest, een ensemble dat meer zou zijn dan alleen maar ‘dansorkest’. Een formatie met een allesomvattend repertoire. Een orkest dat door zijn grote mogelijkheden in staat zou zijn de kloof tussen lichte en ernstige muziek te overbruggen. Een ensemble, geconcentreerd rond een frontline van strijkers.

Musici reisden van heinde en verre naar Hilversum, waar Dolf zich de ‘tandjes’ zwoegde en zweette om naast het samenstellen van een uitgebalanceerd symfonisch orkest, componerend en arrangerend voldoende repertoire te realiseren om zo spoedig mogelijk muzikaal los te gaan. Manny Oets (piano), Benny Behr (viool), Sem Nijveen (viool, trompet), Jos Cleber (trombone), Bill van den Heuvel (slagwerk), Jan Corduwener (viool, accordeon), Tony van Hulst (gitaar, zang) en Cees Verschoor (altsaxofoon) zijn enkele musici die aan de wieg van het orkest stonden. In november 1945 klinkt het door Van der Linden gecomponeerde Parklane Serenade, genoemd naar de club waar hij speelde voor de Canadese bevrijders, voor het eerst in de ether. Het zal decennialang de begin- en eindtune zijn van de ontelbare radio- en televisie-uitzendingen en concerten in het land van het Metropole Orkest. Door Stan Haag wordt de compositie voorzien van een zelden gezongen Nederlandse tekst. Tot zijn pensionering in 1980 zal Dolfs naam in één adem genoemd worden met die van het orkest, waaraan hij ziel en zaligheid verpandde.

Vliegende start
De 1 meter 94 lange jongeman hoeft niet in militaire dienst, hij is te mager. Niet zo vreemd in die moeilijke jaren ’30 van de vorige eeuw. Dolf zorgt voor brood op de plank. Hij sluit zich aan bij The Jolly Boys, een accordeongroepje dat auditeert bij de VARA en niets meer zal vernemen van de rode omroep. De Boys maken in 1933 hun radio-entree bij de KRO en ontvangen 40 gulden, een vermogen. Het blijft bij een eenmalig optreden. Intussen schrijft Dolf composities en stuurt ze naar organist Cor Steyn; die neemt ze op repertoire en vult er zijn radiokwartiertjes mee. Hij stelt cursussen piano en accordeon samen, die Dolf als ‘directeur’ van het Hollandsch Instituut voor Piano Onderwijs (HIPO) aanbiedt.
Tussendoor is hij als pianist werkzaam in dancings en café chantants, en denkt dat er meer deuren opengaan wanneer hij pseudoniemen gebruikt. Zo duikt hij als Dave Lincy op in programma’s bij de NCRV. Hij ontmoet Gerritje (Gerda) Goudappel, wordt stapelverliefd, trouwt (een ‘motje’) en is zich bewust nu aan het hoofd van een gezin te staan. Bij het Hongaars orkest Lakatos, een Italiaans ensemble en bij het orkest van een Russisch (Oh-la-la) Ballet beroert hij de 88 toetsen, en stort zich daarnaast op het schrijven van arrangementen. Dat doet Dolf voor het VARA-Radio-Orkest onder leiding van Jan Vogel en het AVRO-Dansorkest van Hans Mossel. Voor de formatie van Eddy Meenk schrijft de in Vlaardingen geboren muzikant Prelude en wordt de vaste pianist. Eenmaal bij Meenk is er geen houden meer aan. De muzikantencarrière van Dolf van der Linden heeft een aanvang genomen.

Alle genres
In zijn lange loopbaan componeert Van der Linden honderden stukken, schrijft filmmuziek en operettes. De bevlogen dirigent en zijn orkest zijn in de jaren ’50 bijna dagelijks te beluisteren in miljoenen huiskamers, waar de televisie niet of nauwelijks zijn intrede heeft gedaan. Uit zijn geschiedenis zal blijken dat hij en zijn in 1945 opgerichte orkest ‘alles’ speelt: swing, symfonische jazz, ballads, lichtklassiek, musical en pop. Stop! Laten wij de chronologische volgorde van de historie nog even aanhouden. Eind jaren ’30 stelt de AVRO hem aan als arrangeur-componist. De multi-instrumentalist is dan uitgebreid op tournee geweest – ook in het buitenland – met Eddy Meenk and his Radio Stars, ook wel geafficheerd als “L’orchestre hollandais du Poste de Hilversum” en sluit zich aan bij Johnny Fresco & his Swing Aristocrats. Dan is de mobilisatie een feit en ontbrandt de Tweede Wereldoorlog.

Arrangeur
Hij verhuist naar Hilversum en schrijft bewerkingen voor het Amusementsorkest van Elzard Kuhlman, ook voor diens Vaudeville-Ensemble, De Vagebonden en het AVRO-Dansorkest waar Klaas van Beeck als leider Hans Mossel heeft vervangen. De besnorde muzikale ‘alleskunner’ maakt zich tijdens de oorlogsjaren los van de Nederlandsche Omroep, die in 1941 de taken van de opgeheven omroepen heeft overgenomen. Voor deze foute organisatie schrijft hij wel arrangementen, dat doen ook onder meer Tom Erich, Willem Ciere en Rudolf Karsemeijer. Dolf schnabbelt (voor aardappelen en brood) en speelt piano bij revuegezelschappen. Hij, Klaas van Beeck en veel andere omroepmedewerkers worden in 1944 via Kamp Amersfoort gedeporteerd naar Duitsland.
In Kamp Bethel wacht dwangarbeid. Door een zwaar ongeluk belandt hij in het ziekenhuis. Dolf, die vanwege de ernstige kwetsuren niet kan werken, wordt bij Gronau over de grens gezet. Dat zijn blazoen ongeschonden wordt geacht, blijkt wanneer hem na de Bevrijding wordt gevraagd een groot orkest te formeren. Enkele jaren later gaat Dolf weer door de molen; hij wordt van alle smetten gezuiverd. In tegenstelling tot Theo Uden Masman en Dick Willebrands, zij en hun orkesten worden geschorst.

Breed inzetbaar
Nationale en internationale roem vergaren Dolf en het Metropole Orkest door het Eurovisie Songfestival. Hij dirigeert 18 inzendingen, waarvan 13 uit Nederland. Net als toen (Guus Jansen/Willy van Hemert) gezongen door Corry Brokken (1957), ’n Beetje (Dick Schallies/Willy van Hemert), Teddy Scholten (1959) en Dana’s All kinds of everything (Derry Lindsay/Jackie Smith) voor Ierland (1970) worden door hem festivalwinnaars. De leden van het Metropole Orkest zijn in dienst van de Nederlandse Radio Unie (NRU), ze treden op voor alle omroepverenigingen. Radiomedewerker Aad Bos, getrouwd met en gescheiden van Dolfs dochter Anneke, wordt aangehaald in de door Bas Tukker geschreven biografie van Dolf: “De door het Metropole Orkest verzorgde uitzendingen hadden doorgaans een lengte van een half uur tot drie kwartier. Meestal bestond zo’n programma uit kort instrumentaal werk, maar af en toe was er ook ruimte voor langere stukken, denk aan Rhapsody in Blue. In juli was het orkest een maandlang met vakantie. Om die periode te overbruggen, werden er in de weken die daaraan voorafgingen extra opnames gemaakt en ‘ingeblikt’, al gebruikte men destijds die term niet. ”
Het Metropole Orkest werkt ook mee aan amusementsprogramma’s die in de studio plaats vonden, zoals Steravond (NCRV) en Showboat en Plein 8 uur 13 (VARA).

Buitenland
Dolf van der Linden is in de jaren ’50 een ‘bijbeuner’ van jewelste. Er is een overweldigende belangstelling voor instrumentale achtergrondmuziek, te beluisteren in bioscopen en vliegtuigen én thuis, op de plaat. Oneerbiedig ‘muziek per strekkende meter’ genoemd. De elpees komen uit in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten op labels als Brunswick, Decca en Capitol; de componist bedient zich van diverse pseudoniemen: David Johnson, Paul Franklin en Nat Nyll. Zijn ensembles luisteren naar namen als Van Lynn and His Orchestra en Daniel De Carlo. Grootheden als de eerdergenoemde George Melachrino, en Ray Martin nemen met hun orkesten werken van de Nederlander op. Ook wordt hij in het buitenland een veelgevraagd gastdirigent. Klassieke muziek en musicalwerken dirigeert hij voor De Haarlemse Orkestvereniging, het latere Noordhollands Philharmonisch Orkest, het Gelders Orkest en de Groninger Orkestvereniging.

Nieuwe tijden
Vanaf 1962 breken er moeilijke tijden aan in Hilversum. De beatmuziek doet zijn intrede. De jeugd krijgt een stem in het muzikale kapittel. Dit betekent het begin van het einde van veel omroeporkesten. Een nieuwe tijd breekt aan, zonder de orkesten van Klaas van Beeck, Theo Uden Masman, Bep Rowold en Jos Cleber. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor het Metropole Orkest? De nieuwe muziek en nieuwe generatie muzikanten worden weggezet als “een voorbijgaand noncultuur-verschijnsel”, een misvatting. Ook de radio verandert, Dolf zal mee moeten of de winkel sluiten.
VARA-radioproducer Joop de Roo, echtgenoot van zangeres Greetje Kauffeld, blijkt ‘de reddende engel’. Hij bedenkt nieuwe radioprogramma’s met het Metropole Orkest dat the cream of the crop uit het buitenland begeleidt. Hij haalt moderne arrangeurs in huis (Jerry van Rooyen, Rob Pronk), opera- en operetteklanken klinken, en het programma Muzikaal Onthaal blijkt goed voor 800 radioshows. Metro’s Midnight Music – weer met Joop de Roo – is elke week laat op de radio te beluisteren. Wanneer 1980 nadert, het jaar dat Dolf met pensioen ‘moet’, heeft hij het moeilijk. Van der Linden moet zijn orkest uit handen geven. Dat doet pijn. Opvolger Rogier van Otterloo is een ‘andere’ dirigent, ook een ‘andere’ componist met ‘andere’ ideeën. Toch is het goed dat Dolf ‘van Drees gaat trekken’. Vanaf zijn 60ste heeft hij gezondheidsproblemen. Zijn hart begint te protesteren en er manifesteert zich de ziekte van Ménière die doofheid en evenwichtsstoornissen met zich meebrengt. In 1977 is er sprake van een kwaadaardige darmtumor. Hij praat er niet over. Tijdens Dolfs regelmatige afwezigheid nemen onder anderen Ruud Bos en Harry van Hoof het stokje als gast over. Op zijn 80ste verjaardag wordt Dolf naar de studio gelokt. Daar wordt hij toegezongen en dirigeert hij Parklane Serenade. Voor de laatste keer. Een aangrijpende gebeurtenis, te zien op YouTube.

 

Dolf van der Linden overlijdt op 30 januari 1999.
Afscheid van een maestro van eenzame klasse!